Portret: Jean Sibelius een reus

Sibelius

Door Gerard Scheltens

Jean Sibelius is een reus! Hij is de schepper van een uniek symfonisch oeuvre dat met niets te vergelijken valt. Toch lijken we dat in Nederland niet zo goed te weten.

Werken van Sibelius staan regelmatig op de lessenaars, maar weinig van zijn muziek is écht ‘thuis’ op de Nederlandse concertpodia. Het monumentale Vioolconcert – een symfonie met soloviool – kunnen we dromen, het symfonisch gedicht Finlandia ook, maar verder…? Het waarom hiervan blijft in nevelen gehuld.

‘Nevelachtig’ was de treffende kwalificatie die Simon Vestdijk meegaf aan de muziek van Jean Sibelius. ‘Een vorm van mannelijkheid die zich niet laat betrappen.’ En inderdaad: als er iets kenmerkend is voor de grote Finse componist, dan is het de ongrijpbaarheid. Luister bijvoorbeeld naar de spookachtige Vierde symfonie, de introverte Zesde die zich lijkt te baden in de koele winterzon, Tapiola dat je van je stoel blaast, en je weet: hier spelen raadsels waar je nooit achter komt. Ongenaakbaar? Nee, wel ongrijpbaar.

Niet ongenaakbaar, wel ongrijpbaar

Sibelius, geboren in 1865, werd opgeleid in een op de Duitse toonkunst geöriënteerde muziekstijl - van een nationale Finse muziek was nog geen sprake. Maar tegelijk leerde hij de nationale dichtkunst en volksmuziek kennen, en bovenal het grote epos Kalevala, dat hem inspireerde tot vele symfonische gedichten die het verhaal vertellen van mythische helden als Kullervo en Lemminkaïnen.

p35.jpg

Bij velen roept de naam Sibelius clichéreacties op van ‘zingende bossen’. Zoals alle clichés zijn die wel een beetje waar. Zijn muziek is de evocatie van de uitgestrekte Finse natuur: de bossen, de meren, de oneindige ruimte, de verlatenheid, de ondefinieerbaar ‘noordse’ sfeer. Toch is hij geen folkloristisch componist, daarvoor is zijn stijl te persoonlijk en te gecompliceerd. Van Finse volksmuziek maakt hij nauwelijks gebruik. Zijn zeven symfonieën exploreren het genre vanuit een laatromantisch startpunt en bouwen het uit tot een uniek en onvergelijkbaar oeuvre.

Dat rijke oeuvre omvat de vroege epische symfonie Kullervo, de vrijwel onbekende opera Het meisje in de toren, kamermuziek, waaronder het indrukwekkende strijkkwartet Voces intimae, heel wat liederen (alleen al Höstkväll is uniek) en een lange rij pianostukken die vroeger als slappe salonmuziek werden afgedaan. Daarmee heeft Leif Ove Andsnes een nieuwe Sony-cd gevuld, en vaak hoor je de ‘echte’ Sibelius er helemaal doorheen. De fraaie Sonatine op. 67/1 zou zó in de ongrijpbaar mooie Zesde symfonie passen. We moeten echt meer om Sibelius gaan geven…

Eén raadsel blijft. Hoe kwam het dat hij na 1928 niet meer componeerde, nog doorleefde tot 1957 zonder dat er uit die rijke bron nog nieuwe muziek opborrelde? Er werd beweerd dat hij op zijn lauweren ging rusten nadat hem een staatsstipendium werd toegekend, maar dat had hij al veel langer. Welk psychologisch proces blokkeerde hem? Wel weten we dat hij jarenlang werkte aan zijn Achtste symfonie. Bekend is het verhaal hoe hij die Achtste, die vrijwel voltooid was, kort voor zijn dood in de kachel gooide. Drie ultrakorte fragmentjes zijn teruggevonden en in 2011 uitgevoerd. Wat moet je daar nu mee? Het is om gek van te worden. Die nevel zal nooit optrekken.

p35a.jpg p35b.jpg p36c.jpg