Interview: Reinbert de Leeuw

Eerbetoon aan Kurtág

Door Gerard Scheltens

91 jaar is György Kurtág. De Hongaarse grootmeester van de beheersing én de expressie bleef lang in de schaduw van zijn vriend en landgenoot György Ligeti, maar sinds de jaren tachtig wordt ook hij erkend als een van de grootste componisten van onze tijd, niet in de laatste plaats dankzij Reinbert de Leeuw en het ensemble Asko|Schönberg, die al vele jaren intensief met hem werken.

25a.jpg

Kurtágs muziek vertrekt vanuit de Hongaarse wereld van Béla Bartók en het uiterst geconcentreerde universum van Anton Webern, maar absorbeert de hele Europese muziektraditie. Zijn oeuvre is beperkt, ongeveer vijftig composities, en dat komt door zijn uiterste zelfkritiek en zorgvuldigheid. Reinbert de Leeuw en de zijnen, al tientallen jaren vertrouwd met zijn werk, doen Kurtág recht met deze drie fraaie cd’s, onberispelijk opgenomen en met grote zorg uitgebracht door Manfred Eichers onvolprezen ECM-label. Complete Works for Ensemble and Choir biedt Kurtágs vocale muziek, maar ook twee belangrijke instrumentale werken: …quasi una fantasia…op. 27/1 (een soort pianoconcert) en het Dubbelconcert op. 27/2 . Bij elkaar drie fascinerende uren, natuurlijk ook dankzij de schitterende solisten en het Groot Omroepkoor. Het ging niet zomaar. Kurtág is buitengewoon precies, vertelt Reinbert de Leeuw. “Je moet ertegen kunnen dat hij onwaarschijnlijk dwingend is. Niet omdat hij autoritair is, maar bij hem is elke noot van even groot belang en dan doe je soms uren over het repeteren van een paar maten. En je hebt hem er echt zelf bij nodig, want de muzieknotatie geeft niet altijd duidelijkheid. De frasering van elke noot is anders en wat hij allemaal in zijn hoofd heeft kun je niet noteren. Je moet dus op zoek naar wat zich in dat hoofd afspeelt.”

25b.jpg“Vraag niet met hoeveel vallen en opstaan dat gepaard gaat. Soms denk je dat je het begrijpt, de goede noot te pakken hebt, maar als je het resultaat laat horen, roept hij opeens ‘Nein!’. Bij deze opnamen in Amsterdam (Muziekgebouw aan ’t IJ) en Haarlem (Philharmonie) kon hij niet lijfelijk aanwezig zijn, want hij is 91 en woont weer in Boedapest. Maar we lieten hem álles horen. Ik zocht hem op, we telefoneerden lang en zongen elkaar de muziek voor. Er is geen noot die aan zijn aandacht is ontsnapt.” “Ik denk”, zegt De Leeuw, “dat we hiermee een document hebben dat honderd jaar meegaat. Het gaat tenslotte om de sterkst geautoriseerde uitvoeringen denkbaar. Ze geven zo precies Kurtágs bedoelingen weer, dat ze hét referentiekader gaan vormen voor komende generaties. Deze opnamen, gemunt door de componist zelf, zullen musici én luisteraars blijvend inspireren.” Natuurlijk laat muziek zich niet op één manier vangen, vooral als je weet dat voor György Kurtág een werk nooit echt voltooid is. “Tijdens de repetities ben ik tegelijk aan het componeren”, zei hij eens, en de musici van het Asko|Schönberg maakten regelmatig mee dat opvattin- gen de volgende dag heel anders waren geworden. “Gisteren moest het zus, vandaag moet het opeens zó”, was de verzuchting weleens, maar iedereen begreep Kurtágs innerlijke noodzaak om het creatieve proces niet stil te laten staan. ‘Dit is het zwaarste wat ik ooit gedaan heb’ “Geloof me”, zegt De Leeuw, “ik overdrijf niet als ik zeg dat dit het zwaarste is geweest wat ik ooit in mijn leven gedaan heb. Maar ik kijk er met heel veel trots op terug. Het is fantastisch dat Kurtág zelf heel verguld is met dit project. De ontroerende opdracht die hij in het cd-boek schreef, spreekt boekdelen. Hoe kritisch hij soms ook was, hij is heel blij met de intensieve samenwerking, met het wederzijdse begrip en vooral natuurlijk met het klinkende resultaat.”

Luister bijvoorbeeld naar de Achmatova -liederen of de Liederen van wanhoop en verdriet , indringend gezongen door de sopraan Natalia Zagorinskaya, of Becketts gestamelde What is the word met de mezzo Gerrie de Vries. Laat de koorstukken op u inwerken, onderga de diepte van de beide werken opus 27 waarin we flarden Beethoven en Schumann herkennen. En lees het uitvoerige cd-boekje, want dat bevat niet alleen alle teksten die Kurtág met trefzeker literair gevoel koos, maar ook uitvoerige essays van Wolfgang Sandner en Paul Griffiths, een gesprek van Reinbert de Leeuw met Renee Jonker… en dat ontroerende dankwoord van Kurtág zelf. Streven naar perfectie is zowel frustrerend als stimulerend, maar deze uitgave benadert die onbereikbare perfectie het dichtst. Inderdaad een document ‘voor de eeuwigheid’, en in elk geval hét project van 2017. Een blijvend eerbetoon, maar vooral een springlevende getuigenis van het geniale werk van een heel bijzondere componist.

25c.jpg

Kurtág Complete works for ensemble and choir

Bestel nu